In het vierde en laatste deel van de interviewreeks over jeugdherinneringen aan het dorp Velsen kijkt Joke Nieuwland terug op het dorp waar ze ruim zeventig jaar woonde. Samen met historicus Fred Schweitzer wandelt ze – in gedachten – door straten die vol verhalen zitten.
In deze aflevering kijken Schweitzer en Nieuwland terug op de wederopbouw van het dorp na 1968. Bijzondere panden zoals het Roode Hert en het voormalige huis van de vroedvrouw waren voor velen bekend. Maar ook zijn er veel verborgen verhalen te zien voor wie goed weet te kijken.
Het Overschotje
Zo heeft ook het pand op Torenstraat 14 een bijzonder verhaal. Op de tegels op de grond staat de naam ‘Het Overschotje’. Joke weet te vertellen dat daar een schippersvrouw woonde. Samen met haar man hadden ze het schip verkocht. “Van het geld wat ze over hadden, het ‘overschotje’, kochten ze dit huisje.”
De naam is vereeuwigd in de tegel: “En dat hebben ze laten inbijten in een mooie tegel die bij de voordeur ligt,” vult Fred aan. Veel mensen lopen er achteloos langs.”
Cachotje
Ook haar eigen herinneringen aan het cachotje, een oud cellencomplex, komen voorbij. Joke begon er in 1976 een klein antiekwinkeltje. Dat heeft ze een jaar lang gerund, vertelt ze. “Ik ging naar veilingen, met m’n moeder ook samen. Het was een hele leuke tijd.” In één van de voormalige cellen stond haar antiek, terwijl de andere cel bij de buren als toiletruimte werd gebruikt.
Engelmunduskerk
De iconische Engelmunduskerk speelt een belangrijke rol in Joke’s herinneringen. Daar ging ze zelf niet naartoe, haar gezin was Rooms-Katholiek en ging naar Driehuis. Maar ze ziet de kerk in oud Velsen als baken in het dorp. “Heel prettig om het dorp in te rijden en dan de kerk te zien. En het klokkenluiden vond ik ook heel erg leuk.”
Thuiskomen in Velsen
Met een glimlach denkt Joke terug aan het gevoel van thuiskomen in het oude dorp. “Als ik daar vroeger fietste en zo het dorp in fietste, over de Driehuizerkerkweg. Het laatste stuk is een prachtig stuk met veel bomen. De muur met grote basaltblokken, links de herten. Daar fietste ik dan door heen en voelde ik me dan heel erg blij als ik terug naar het dorp ging. Als ik dan bij de kerk het hek door fietste, dacht ik: “Wat woon ik hier toch mooi.”

