donderdag, 21 mei 2026
12.7 C
Beverwijk

Column: Vonkie

Delen

Sinds kort woont er een nieuw gezicht in ons dorp. Al voelt het inmiddels alsof hij er al jaren rondloopt. Je kunt hem moeilijk missen: een grote kerel, altijd in het zwart, handen als kolenschoppen, een ronde buik, en een blik die tegelijk vriendelijk en ondoorgrondelijk is.

Af en toe verdwijnt hij even om snel een sigaret te roken. Daarna duikt hij weer op, zichtbaar tevreden.


Wat vooral opvalt, is hoe moeiteloos hij zich heeft ingevoegd. In ons dorp, waar iedereen elkaar al sinds de kleuterschool kent, is dat op zichzelf al een klein wonder. Je komt hem tegen op straat, in de dorpskroeg, bij de visboer. Altijd precies op de plek waar je hem verwacht.

Niemand weet waar hij vandaan komt


Tijdens de jaarlijkse smaakmarkt regelt hij de stroomvoorziening. Vanaf dat moment stelt hij zich voor als ‘Vonkie’. Alsof het zo bedoeld was, blijft die naam hangen. Niemand gebruikt nog iets anders.


Opmerkelijk genoeg weet ik eigenlijk helemaal niet waar hij vandaan komt. Niet wanneer hij hier precies is komen wonen, of in welk huis. Maar dat is hier geen onderwerp van gesprek. In ons dorp is afkomst minder belangrijk dan het vermogen om het ritme van alledag te begrijpen. En dat doet hij.
Hij groet iedereen. Maakt praatjes die precies lang genoeg duren. En voor hij het weet, krijgt hij hier en daar een klap op z’n schouder, van die stevige, alsof ie er al jaren bij hoort. Hij staat opvallend vaak op het juiste moment op de juiste plek. Alsof hij aanvoelt waar hij nodig is, nog voordat iemand het uitspreekt. Alsof hij het dorp beter kent dan het dorp zichzelf kent.

In de kroeg heeft hij zijn vaste plek


In de kroeg heeft hij een vaste plek veroverd zonder er ooit aanspraak op te maken: aan de bar, links en iets naar achteren. Bescheiden, zo lijkt het. Maar precies daar waar hij alles kan overzien. De stamgasten knikken hem toe zoals ze dat alleen bij elkaar doen: kort, zonder woorden, maar met erkenning. Misschien wel de hoogste vorm van acceptatie die er is.
Zijn naam past hem wonderlijk goed. Niet alleen vanwege de elektriciteit die hij regelt, maar ook door de energie die hij zelf meebrengt. Er zit beweging in hem. Alsof hij voortdurend aanstaat, maar nooit opdringerig wordt.


Wat hem bijzonder maakt, is hoe hij aanwezig is zonder nadrukkelijk te zijn. Hij voegt zich, zonder zijn eigenheid te verliezen. In een gemeenschap waar nieuwkomers meestal eerst even een poosje moeten indalen, voelt dat bijna als iets magisch.
En zo gebeurt het dat een buitenstaander ongemerkt verandert in een vertrouwd gezicht. Iemand van wie je je op een dag afvraagt hoe het mogelijk is dat hij er niet altijd al was. In Wijk aan Zee is dat misschien wel de meest dorpseigen manier om erbij te horen.

Ik ben Fons Deen (63). Al vijftien jaar woon ik in Wijk aan Zee, waar ik volop geniet van het dorpsleven en geboeid ben door de tegenstellingen die het hier zo bijzonder maken. Als muziekliefhebber, volkstuinhouder, bakfiets-DJ en vrijwilliger sta ik graag midden in de gemeenschap, altijd in voor een praatje of een helpende hand. Sinds kort ben ik ook gaan schrijven: korte, levendige stukjes waarin ik mijn blik op het leven deel warm, scherp en met een glimlach.

Meer Nieuws

Nieuws uit de IJmond