In Beverwijk werkt Siamak Azadi dagelijks aan het fysieke herstel en de prestaties van sporters in zijn SINA Voetballab. Maar terwijl hij hier topsporters test en begeleidt, domineert de onrust in zijn geboorteland Iran zijn gedachten.
Siamak verliet Iran zo’n zevenendertig jaar geleden als politiek vluchteling. Hoewel hij zijn leven in de IJmond heeft opgebouwd, zijn de banden met zijn thuisland hecht gebleven. De dagelijkse realiteit van de negentig miljoen mensen in Iran raakt hem nog altijd.
De lijnen met het thuisfront
Contact houden met familie en vrienden is complex, maar niet onmogelijk. “Vanuit hier is het lastig om direct contact op te nemen,” vertelt Siamak, “maar zij kunnen mij gelukkig wel bellen via de vaste telefoonlijn.” De berichten die hij krijgt, bieden een ander perspectief dan we hier vaak in het nieuws zien. Zijn familie is ongedeerd en de moraal onder de bevolking in zijn omgeving is opvallend hoog, ondanks de omstandigheden.
Een ander beeld dan de media schetst
Wanneer de beelden van de situatie in Iran de Nederlandse huiskamers bereiken, kijkt Siamak daar met een kritische blik naar. Hij benadrukt dat de werkelijkheid afwijkt van de extremen die vaak belicht worden. “Je ziet soms kleine groepen juichen, maar dat staat niet in verhouding tot de totale bevolking van negentig miljoen mensen. Tegelijkertijd zie je massale rouw om de overleden leider.”
Ook de recente machtswisseling ziet hij in dat licht. Volgens Siamak zit de meerderheid van de mensen in Iran helemaal niet te wachten op een abrupte of gewelddadige omwenteling. “De massa maakt liever een evolutie mee dan een revolutie,” legt hij uit. Voor de gewone burger gaat het erom dat het land heel blijft en zich stapsgewijs ontwikkelt, in plaats van te vervallen in chaos door een afgedwongen regimeverandering.
De roep om een lokale dialoog
Wat Siamak zwaar valt, is hoe er soms van buitenaf naar de situatie wordt gekeken. Hij hoort geluiden van Iraniërs in het buitenland die de huidige bombardementen en escalatie lijken toe te juichen, in de hoop dat dit het regime sneller ten val brengt. Dat vindt hij pijnlijk.
Hij wijst erop dat het land zich, ondanks zesenveertig jaar aan sancties, toch heeft weten te ontwikkelen. De bevolking wil die opbouw behouden. “De mensen daar zitten er echt niet op te wachten dat er ergens bombardementen vallen zodat het regime verandert,” stelt hij. “Zij betalen de prijs en willen niet dat hun land kapotgaat.”
Ondernemer in de IJmond
Die extreme polarisatie buiten de landsgrenzen baart hem zorgen. Als ondernemer in de IJmond, een regio waar nuchterheid en naastenliefde vaak hand in hand gaan, hoopt hij lokaal juist op een ander geluid.
Hij spreekt de wens uit dat de gemeenschap hier in de regio de ruimte blijft vinden voor dialoog, ongeacht de politieke voorkeur. “We hoeven het niet met elkaar eens te zijn, maar we moeten elkaars standpunten wel kunnen aanhoren met respect. Zonder elkaar direct de mond te snoeren. Alleen door open te luisteren en in gesprek te blijven kom je dichterbij elkaar.”

