“Er wordt echt geen stukje papier meer gemaakt”, vertelt een oud-medewerker aan IJmond360. Waar het tot nu toe opvallend stil bleef rondom papierfabriek Crown van Gelder, doet voor het eerst een direct betrokkene zijn verhaal over de situatie achter de gesloten deuren. Samen met vakbond CNV reconstrueren we de laatste maanden op de werkvloer, waar de vertrouwde lokale regie definitief plaatsmaakte voor buitenlands beleid.
Om te begrijpen hoe het zover kon komen, klopten we eerst aan bij het CNV. Het is een ontwikkeling die de vakbond namelijk vaker signaleert: beslissingen over de Nederlandse industrie worden steeds vaker buiten Europa genomen.
Jeroen Tjepkema, onderhandelaar bij het CNV, herkent dit patroon in Velsen. “Lokale directies hebben soms nauwelijks meer speelruimte en plaatselijke werknemers worden niet gehoord. Beslissingen over het wel of niet voortbestaan in Nederland hebben we daardoor steeds minder zelf in de hand.” Volgens de vakbond proberen internationale partijen Nederlandse cao’s vaak af te zwakken om hun eigen balansen kloppend te maken. Tjepkema: “Bij Crown van Gelder is dat extra zuur, omdat de fabriek al meer dan een eeuw prima functioneerde zonder buitenlandse invloed.”
Vader op zoon
Hoe deze bestuurlijke overgang in de praktijk uitpakt, vertelt een oud-medewerker die decennialang bij de fabriek werkte (naam bij de redactie bekend). Voor veel personeelsleden was de fabriek veel meer dan slechts een inkomstenbron; het was een plek waar vaders, zoons en broers samenwerkten. Je rolde er vanzelf in.

Die sterke binding maakte de afhankelijkheid groot. Veel werknemers hadden inmiddels een zekere leeftijd bereikt en misten de papieren om zomaar ergens anders aan de slag te gaan. Toen na de doorstart in 2023 een Amerikaanse eigenaar het bedrijf overnam, was de cultuurshock dan ook enorm. Hij keek met een strikt zakelijke blik naar de opgebouwde rechten in de IJmond. “Jullie leven in een gouden kooi, kregen we te horen,” blikt de oud-medewerker terug. Bestaande afspraken, zoals extra verlofdagen voor oudere werknemers, vervielen direct.
Vreemde sprongen
Daarnaast verloor het lokale management zijn inspraak en zorgde de nieuwe wind voor onbegrip op de werkvloer. Beslissingen kwamen uit de Verenigde Staten en leken soms volstrekt onlogisch. Mensen belandden plotseling op posities waar ze de achtergrond niet voor hadden. “Voor het personeel was er totaal geen overzicht meer,” zegt hij.
Zo werd het toenmalige hoofd van de werkplaats door de investeerder ineens naar voren geschoven als nieuwe directeur. Tegelijkertijd raakte het vertrouwen in de medezeggenschap zwaar beschadigd; volgens de werkvloer zat de aanwezige vertegenwoordiging van de ondernemingsraad ‘volledig in de zak van de eigenaar’. Dat verklaart mede waarom ook die kant nu onbereikbaar blijft voor commentaar.
Financiële afspraken
De focus verschoof van het produceren van papier naar het halen van vastgestelde doelen. Om te voorkomen dat het resterende personeel direct zou vertrekken, stelde de nieuwe eigenaar financiële prikkels in. Werknemers die tot een bepaalde datum bleven, ontvingen bonussen en de toezegging van een transitievergoeding.
Die afspraken laten twee kanten van de situatie zien. Hoewel de vertrouwde bedrijfscultuur verdween, kwam de Amerikaanse investeerder zijn financiële beloftes wel na: de afgesproken bonussen en vergoedingen zijn daadwerkelijk uitbetaald. Het zorgde voor een dubbele realiteit op de werkvloer. Mensen bleven aan het werk voor de financiële zekerheid en bij gebrek aan alternatieven, terwijl de kern van het bedrijf inmiddels was verdwenen.
Stille hoop en loyaliteit
De financiële afwikkeling blijkt echter niet de enige reden voor het huidige zwijgen in Velsen-Noord. Ondanks de harde, zakelijke koers van de afgelopen tijd, zit de fabriek nog altijd diep in het hart van de werknemers. “Het was best wel een mooi bedrijf. Dat is een beetje dat familiegevoel dat er op het laatst is uitgetrokken”, legt de oud-medewerker uit.
Die aanhoudende loyaliteit verklaart mede waarom veel (oud-)collega’s de pers momenteel mijden. Er heerst nog altijd de hoop dat het werk ooit wordt hervat. Zich publiekelijk uitspreken zou een eventuele terugkeer in de weg kunnen staan. “Ik denk dat als veel mensen morgen weer benaderd worden van: joh, kom je weer werken bij Crown van Gelder, dat ze dan gewoon zeggen: ja, ik kom weer.” Het is deze hoopvolle loyaliteit die ervoor zorgt dat de lippen in de IJmond voorlopig nog stijf op elkaar blijven.
Lees ook:

