Drie Beverwijkse echtparen krijgen postuum een bijzondere onderscheiding van het Yad Vashem herinneringscentrum in Jeruzalem. Dit ereteken werd mede aangevraagd door Wim Spruit, auteur van het boek ‘Joods Beverwijk en Wijk aan Zee, Nel Schuttevaêr en haar vijf kleine onderduikers’.
Nel Schuttevaêr-Velthuijs, een Beverwijkse romanschrijfster, en haar man zijn twee van de ontvangers van de onderscheiding. Zij krijgen de titel ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’ omdat ze in de Tweede Wereldoorlog met gevaar voor eigen leven Joodse kinderen lieten onderduiken.
Een van hen is Tom Laus, de enige van deze groep die nu nog in leven is. Hij werd geboren als Louis, maar kreeg in de oorlog de schuilnaam Tom.
Ook twee andere echtparen uit de Dr. Schuitstraat en de Noorderwijkweg krijgen postuum deze erkenning: Lien de Haan-Vogt en Henk de Haan, en Wipke de Haan-Drenth en Eef de Haan. De mannen, Henk en Eef, waren tweelingbroers.

Verraden en opnieuw gered
Het zusje van Tom, Hansje (later Hanna Serné-Laus), dook onder bij Eef en Wipke. Ook zij leeft nog. Haar verhaal is aangrijpend: de schuilplaats werd verraden, waarna de Beverwijkse politie Hansje oppakte en naar de bekende crèche aan de Plantage Middenlaan in Amsterdam bracht.
Het Beverwijkse verzet kwam direct in actie en wist haar daar weg te halen. Na korte verblijven in Beverwijk en Alkmaar kwam ze voor langere tijd terecht in Ursem, bij Marie Stuijt-Kreuk en Jan Stuijt. Toen daar begin 1944 Joden werden opgepakt, moest het verzet Hansje opnieuw verplaatsen. Ze vond een nieuwe schuilplaats in het Friese Offingawier bij de familie Hinke Wispelweij-Hogeboom en Cor Wispelweij. Voor deze moedige reddingsacties worden ook de families Stuijt en Wispelweij nu na hun overlijden geëerd met de Yad Vashem-onderscheiding.
Erkenning na anderhalf jaar wachten
Wim Spruit vertelt: “Alle genoemde echtparen hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog meer gedaan dan het laten onderduiken van Joden. Al hun verzetswerk is vastgelegd in de aanvraag om hen te eren met de Yad Vashem onderscheiding. Het heeft anderhalf jaar geduurd, maar zondagmorgen kwam het positieve nieuws uit Jeruzalem binnen. De overlevenden, de nabestaanden zijn natuurlijk zeer verheugd dat deze erkenning er is gekomen.”
Voor alle tien de mensen uit de vijf echtparen zijn inmiddels nabestaanden gevonden die de onderscheiding in ontvangst kunnen nemen. Voor Nel en Jurriaan Schuttevaêr was dat nog even zoeken. “Mevrouw Schuttevaêr bleef zelf kinderloos”, vertelt Spruit. “De organisatie in Israël kon daarom geen nabestaanden vinden. Ik heb ze er toen op gewezen dat zij na de oorlog hun Joodse pleegzoon Tom officieel hebben geadopteerd.”
De aanvraag was een intensief traject. “We zijn hier met een groep mensen anderhalf jaar mee bezig geweest. Gegevens verzamelen en uiteindelijk alles insturen. Dat we het nieuws op zondag hoorden klopt: in Israël is dat een gewone werkdag. De contactpersoon van het instituut nam toen contact met ons op.”
Het verlossende bericht maakt veel los. Spruit: “Dit is een onderscheiding voor iets wat onder enorm moeilijke omstandigheden is verricht: het laten onderduiken van Joden, en dan vooral kinderen. Toen de nabestaanden hoorden dat dit echt ging gebeuren, werden ze er stil van.”
De onderscheiding bestaat uit een medaille en een oorkonde. Daarnaast worden de namen van de redders voor altijd gegraveerd in de Eremuur in de Tuin van de Rechtvaardigen in Jeruzalem. De officiële ceremonie vindt in het najaar plaats op een locatie in Nederland die nog wordt bepaald.

