Waarom moest opa Schadé schuilen achter een kachelplaat en hoe hielden vrouwen de IJmond draaiende? In haar debuutroman Geen blik waardig legt Bea Schadé de menselijke kant van de oorlog in onze regio bloot. Met de presentatie op 26 april in zicht, vertelt ze waarom dit familieverhaal na tachtig jaar eindelijk naar buiten moest.
Bea Schadé brengt de oorlog terug naar de IJmondse keukentafel. In deze serie over onvertelde verhalen kijken we naar de geschiedenis die decennialang vooral binnen families werd bewaard: de vindingrijkheid in de haven, de onmisbare rol van vrouwen en het moment dat ze besloot dit verhaal precies zo op te schrijven als het was.
Het bewijs lag op zolder
Het begon allemaal toen Bea vijftien was. Voor een geschiedenisopdracht interviewde ze haar grootouders met een simpel schriftje op haar schoot. Terwijl haar oma vertelde over de angst en het overleven, zat haar opa mopperend in zijn stoel. Hij had een uitgesproken mening over de bezetter, en die was allesbehalve kindvriendelijk.
Pas nadat het manuscript voor haar roman volledig af was, vond Bea datzelfde schriftje terug op zolder. De details die ze destijds had genoteerd, kwamen exact overeen met de sfeer die ze jaren later uit haar geheugen had opgeschreven. “Toen dacht ik: zie je wel, ik heb dit echt niet zelf bedacht,” vertelt ze.
Angst achter de kachelplaat
In haar boek beschrijft ze de oorlogsjaren in IJmuiden en Beverwijk, een regio die als ‘Festung’ een heel eigen dynamiek kende. Een van de meest indringende familieverhalen gaat over opa Schadé, die zich tijdens een razzia moest verstoppen achter de ijzeren kachelplaat. Hij was een van de vele mannen in de IJmond die probeerden te ontsnappen aan de Arbeitseinsatz, de gedwongen tewerkstelling in Duitsland.
Terwijl de Duitse soldaten in de kamer stonden, begon een jong nichtje onbevangen te zingen: “Ome Jopie zit achter de kachelplaat”. Dat hij niet werd ontdekt, was puur geluk. “Godzijdank waren de Duitsers nog niet zo bekwaam in het Nederlands,” zegt Bea nuchter. Omdat ze dit met de tijd wel werden, spraken steeds meer mensen ‘moegdreek’, oftewel omgekeerd praten. Deze geheimtaal, rond 1900 verzonnen door vissers, hield de bezetter buiten de deur.
“Ik wil het stof zien dwarrelen”
Haar vader was tijdens het schrijven haar belangrijkste klankbord. Samen doken ze in archieven, waarbij Bea soms details ontdekte die zelfs hij niet wist. Haar vader overleed echter plotseling vlak voordat het boek klaar was. Tijdens het gesprek valt er een korte stilte. “Hij heeft het nooit kunnen lezen. Dat vind ik heel verdrietig”. Juist de laatste hoofdstukken had ze zo graag met hem gedeeld.
Toen het boek was afgerond, was een lokale uitgever bereid het uit te geven, maar stelde een harde voorwaarde: de stijl moest zakelijker en minder beeldend. Bea trok een duidelijke grens. „Ik vind het belangrijk dat je het voor je ziet. Het licht dat binnenvalt, het stof dat dwarrelt… Als we dat weghalen, is het mijn verhaal niet meer.” Ze besloot het boek in eigen beheer uit te geven, precies zoals zij het voor zich zag.
De kracht van de IJmond
Met haar roman geeft Bea een stem aan de vrouwen die tijdens de hongerwinter de gezinnen staande hielden. Terwijl mannen moesten onderduiken, liepen zij de hongertochten en smokkelden pamfletten in de kinderwagen. „Als je doorgaat en je gezin in leven houdt, dan ben je eigenlijk al een held,” besluit Bea. Het is een eerbetoon aan een generatie wiens persoonlijke verhalen nu langzaam verdwijnen met de laatste ooggetuigen.
Boekpresentatie De officiële presentatie van Geen blik waardig vindt plaats op zondag 26 april van 10.00 tot 11.30 uur in het Raadhuis voor de Kunsten, Torenstraat 7 in Velsen-Zuid. Bea zal daar vertellen over haar zoektocht en de totstandkoming van dit persoonlijke document. Het boek is tevens verkrijgbaar bij de Read Shop in IJmuiden en boekhandel Athenaeum in Santpoort en Haarlem. Meer informatie: geenblikwaardig.nl.

