Opnieuw zijn minderjarige tieners uit de IJmond aangehouden voor zware mishandeling. Het geweld werd gefilmd en vervolgens gedeeld via sociale media. Jongerenwerkers en docenten in de regio maken zich zorgen over de rol van groepsdruk en online zichtbaarheid bij geweld onder jongeren.
Het nieuws dat vijf minderjarige tieners uit de IJmond zijn aangehouden voor mishandeling en poging tot doodslag werd deze week door de politie naar buiten gebracht. De verdachten zijn tussen de 12 en 15 jaar oud. Het gaat om twee mishandelingen in Beverwijk en Heemskerk, waarvan de beelden later op Snapchat werden verspreid.
Mishandeling gefilmd en gedeeld via Snapchat
Bij het eerste incident in Beverwijk zou een van de verdachten met opzet tegen het slachtoffer aan zijn gebotst. Daarna eiste hij dat het slachtoffer zijn excuses zou aanbieden. Toen dat gebeurde, werd het slachtoffer alsnog mishandeld. Dit werd gefilmd en gedeeld via Snapchat, een platform op social media dat erg populair is onder jongeren.
Enkele dagen later volgde een mishandeling in Heemskerk. Daar tuigden vier jongens twee leeftijdsgenoten af. Ook deze mishandeling werd gefilmd en via Snapchat verspreid. Een van de betrokken jongens zou ook betrokken zijn bij het eerdere incident in Beverwijk.
Docenten en jongerenwerkers herkennen het fenomeen dat geweld onder jongeren steeds vaker online zichtbaar wordt. Vorig jaar kwamen Beverwijk en Heemskerk al in het nieuws vanwege jongerengeweld en werden voor een dag zelfs de middelbare scholen gesloten.
Docenten zien veranderingen in gedrag van scholieren
Roderick Waijers, docent geschiedenis, aardrijkskunde en maatschappijleer aan het Castro College in Beverwijk, merkt dat dit soort incidenten sterk leven onder scholieren.
“Dit soort geweld houdt leerlingen zeker bezig. Ze zitten allemaal op Snapchat en weten vaak eerder wat er speelt dan wij docenten,” zegt Waijers. Volgens hem spelen meerdere factoren een rol. “Sinds corona zie ik dat scholieren sociaal en emotioneel soms iets meer achterblijven. Tegelijkertijd zijn ze fysieker geworden in hun gedrag. Dat heeft niets met schoolniveau te maken. Je ziet het in alle lagen.”
Ook de jongerencultuur is volgens hem veranderd. “Een bepaalde groep jongeren voelt zich eigenaar van een straat of een hangplek. Dat zie je sterker dan een paar jaar geleden.”
Jongerenwerkers zien rol van sociale media groeien
Ook manager Lars Steeneken van Welzijn Beverwijk herkent de trend. “Vanuit het jongerenwerk zien we dat het vaker gebeurt dat geweld wordt gefilmd en via sociale media wordt verspreid,” zegt hij. Tegelijk benadrukt hij dat het om een relatief kleine groep jongeren gaat.
Volgens Steeneken spelen sociale media wel een belangrijke rol in hoe incidenten ontstaan en zich verspreiden. “Wat vroeger binnen een kleine groep bleef, kan nu binnen korte tijd een groot bereik krijgen.”
Binnen het jongerenwerk is dit een belangrijk gespreksonderwerp. Jongerenwerkers zijn dagelijks aanwezig op plekken waar jongeren samenkomen en gaan met hen in gesprek over gedrag, groepsdruk en online zichtbaarheid.
Preventie en gesprek met jongeren blijven belangrijk
“Daarbij gaat het niet alleen over wat er op straat gebeurt,” zegt Steeneken. “Juist ook over de rol van platforms als Snapchat, TikTok en Instagram in het leven van jongeren.”
Daarnaast werken jongerenwerkers samen met scholen, ouders, politie en gemeente. Door signalen vroeg op te vangen proberen zij escalatie te voorkomen.
“Het belangrijkste blijft om met jongeren in gesprek te gaan zonder meteen te veroordelen,” zegt de jongerenwerker. “Door vertrouwen op te bouwen kun je jongeren laten nadenken over hun gedrag, zowel offline als online.”
Ook volgens docent Waijers ligt een deel van de oplossing in preventie en begeleiding. “Als docenten proberen we in gesprek te blijven met leerlingen. Scholieren die na de les blijven hangen of nog niet naar huis willen, proberen we iets aan te bieden. Zaalvoetbal of tafeltennis bijvoorbeeld. Gewoon even iets anders doen.”
Ook rol voor ouders bij tegengaan jongerengeweld
Volgens hem ligt er ook een duidelijke rol voor ouders. “Dit soort gedrag moet je niet goedpraten. Ouders moeten het juist in duidelijke bewoordingen afkeuren.”
Tegelijkertijd moet er volgens Waijers ook worden opgetreden wanneer geweld uit de hand loopt. “Preventie blijft het beste middel en organisaties als Stichting Welzijn doen daarin goed werk. Maar zodra er excessen plaatsvinden, moet er ook hard worden ingegrepen. Het is niet anders.”
Lees ook:

