Voor iedereen die vanochtend de weg op ging, was het niet te missen: de mist was dik. Tijdens de ochtendspits hing er op veel plekken een grijze deken over de weg. Ondanks het beperkte zicht vielen de files gelukkig mee. Toch roept zulk weer vaak dezelfde vraag op: hoe werken die mistlampen eigenlijk, en wanneer mag je ze gebruiken?
Mistlampen zijn speciaal ontworpen om beter te zien bij dichte mist, sneeuw of hevige regen. De mistlampen aan de voorkant schijnen breder en lager dan gewone koplampen. Daardoor verlichten ze het wegdek vlak voor de auto, zonder dat het licht door de mist terugkaatst en je verblindt. De mistachterlamp daarentegen is een felle rode lamp die ervoor zorgt dat bestuurders achter je je beter kunnen zien.
Belangrijk is wel dat je ze alleen gebruikt als het zicht minder dan 50 meter is, anders kun je andere weggebruikers juist verblinden. Zodra het zicht beter wordt, moet je de mistlampen dus weer uitzetten.

