Ik ben helemaal geen voetballiefhebber. Echt niet. Ik ben ook geen voetballer, en sport levert meestal alleen maar gedoe en blessures op. Knieën die het begeven, enkels die dubbel gaan, dat werk. Verenigingen daarentegen, daar heb ik blijkbaar toch meer mee dan ik altijd dacht. Juist daarom viel het me laatst op, toen ik per ongeluk op een soort familiedag van SV Wijk aan Zee belandde. Voordat ik het wist stond ik daar, nog geen minuut binnen, met een glas bier in m’n hand. Gekregen van Vonkie, die blijkbaar gewoon Sprakie heet. Dat zegt al genoeg over hoe het daar gaat: je loopt naar binnen en voor je het weet hoor je erbij.
Tweede familie
Dat verklaart ook waarom ik daar bleef hangen. Ik heb zelf ooit precies een half seizoen in de pupillen van ODIN gevoetbald, totdat mijn vader penningmeester werd van de handbalafdeling. Toen verhuisde ik zonder veel inspraak gewoon mee naar de handbal. Zo ging dat. Niet omdat ik zo sportgek was, maar omdat verenigingen een soort tweede familie waren waar iedereen vanzelf in terechtkwam.
In de kantine viel me iets op. Mensen die normaal misschien niet snel bij elkaar aan tafel zouden zitten, zaten daar gewoon door elkaar heen. Jong en oud, echte Wijk aan Zeeërs, mensen die later hier zijn komen wonen, ouders langs de lijn, vrijwilligers achter de bar. Iedereen praat met elkaar alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. Gewoon lekker dorps. Bij SV Wijk aan Zee voelt het soms alsof het hele dorp even in dezelfde huiskamer zit.
Op en rond het veld loopt het hele dorp door elkaar heen: families die hier al generaties wonen, mensen die ooit voor Tata Steel deze kant op kwamen, nieuwe inwoners, jonge gezinnen en ouderen die al veertig jaar langs hetzelfde veld staan. De club draait al sinds sinds tijden op datzelfde stukje gras, en het eerste elftal speelt al jaren in dezelfde bescheiden klasse. Niemand die daar moeilijk over doet. Het past bij het dorp.
Iedereen heeft z’n eigen verhaal, accent of achtergrond, maar op zaterdag en zondag is het gewoon hetzelfde shirt en hetzelfde team. Buiten het hek verschillen mensen van elkaar, maar binnen de lijnen ben je ploeggenoot. Of je nou hier geboren bent, ergens anders vandaan komt of pas later in Wijk aan Zee bent beland: als je meehelpt, rijdt, vlagt, achter de bar staat of langs de lijn staat aan te moedigen, dan hoor je erbij.
Je ziet het overal terug. In de kantine waar alles en iedereen door elkaar praat. In ouders die samen langs de lijn staan. In vrijwilligers die zonder (of met) gemopper de boel draaiende houden. En in kinderen die gewoon willen voetballen en totaal niet bezig zijn met waar iemand vandaan komt. Het is bijna aandoenlijk hoe vanzelf dat gaat.
De maandelijkse oud-papieractie past het beste bij de club. Gewoon met een tractor door het dorp, mensen op de kar, kinderen die enthousiast meehelpen, stapels dozen en oude kranten die vanaf de stoep worden aangegeven. Geen hippe sponsorcampagne met moeilijke praatjes, maar gewoon samen aanpakken. Ik zie ook bijna iedere dag wel één of twee vrijwilligers naar die papiercontainer lopen om alles wat mensen hebben neergezet weer netjes op te stapelen. Gewoon rustig, zonder gedoe of dat iemand het ziet. Dat soort kleine dingen zeggen nog wel meer over een club dan alles wat er op het veld gebeurt.
Papiercontainer
Het mooiste is nog dat die nieuwe papiercontainers van HVC hier waarschijnlijk amper gebruikt gaan worden. De voetbalclub zette zelfs een bericht op Facebook met de vraag om liever voor SV Wijk aan Zee te blijven sparen dan die containers te gebruiken. Eigenlijk een beetje een overbodige oproep, want bijna iedereen doet dat hier toch al vanzelfsprekend.
Hier kiezen mensen voor elkaar
Sterker nog: ik zie hier en daar al containers ondersteboven staan, een beetje zoals die omgekeerde vlaggen tijdens het boerenprotest destijds. Alsof het dorp op z’n eigen stille manier duidelijk maakt waar het liever voor kiest. Omdat mensen weten dat een stapel oude kranten uiteindelijk misschien weer nieuwe ballen voor de jeugd oplevert, een trainingspak of gewoon helpt om de club draaiende te houden. Dat zegt genoeg over het dorp. Hier kiezen mensen nog een beetje voor elkaar.
En dan: overal hoor je dat het verenigingsleven op sterven na dood is, dat niemand nog tijd heeft of zin. Maar hier, in dit kleine dorp aan zee, staat er gewoon weer iemand op om dozen te stapelen, een kar te trekken of een bar te draaien. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.
SV Wijk aan Zee is daardoor veel meer dan alleen een voetbalclub. Het is een plek waar het dorp elkaar tegenkomt. Soms druk, soms rommelig, soms luidruchtig, maar meestal gewoon gezellig. Een club waar verschillen niet verdwijnen, maar wel een stuk kleiner worden zodra die wedstrijd begint. Het doolhof is hier geen onmogelijk labyrint het is een plek waar je vooral samen verder komt.
En ik, die niets met voetbal heeft, stond daar ineens met een biertje in m’n hand en dacht: ik ben dan wellicht toch meer een verenigingsmens dan ik altijd wilde toegeven. Alleen voetballen laat ik aan een ander over, beter voor mij en waarschijnlijk een zegen voor de club.


Ik ben Fons Deen (63). Al vijftien jaar woon ik in Wijk aan Zee, waar ik volop geniet van het dorpsleven en geboeid ben door de tegenstellingen die het hier zo bijzonder maken. Als muziekliefhebber, volkstuinhouder, bakfiets-DJ en vrijwilliger sta ik graag midden in de gemeenschap, altijd in voor een praatje of een helpende hand. Sinds kort ben ik ook gaan schrijven: korte, levendige stukjes waarin ik mijn blik op het leven deel warm, scherp en met een glimlach.